Persoonlijk / Ervaring

21 – De eerste bestraling

Je kunt niets anders dan stilliggen.

De eerste bestraling

Gisteren was de eerste bestraling. Eerst een heel duidelijke uitleg gekregen. Ik gaf aan dat het me niet altijd lukt 30 sec. mijn adem in te houden. Maar gelukkig, de scan gaat op pauze als ik toch ademhaal. Gerustgesteld begin ik aan de bestraling. Je kunt niets anders dan stilliggen. Vanzelf dwalen mijn gedachten af naar de taxi-mevrouw die me ophaalde.

Je kunt niets anders dan stilliggen.

PECH

Ik ga elke dag met de taxi. Deze mevrouw had nog nooit van een knipperlicht gehoord. Ik was blij om veilig in het ziekenhuis te zijn. Ik had aan haar ook even gevraagd hoe het ging met betalen en declareren en de terugweg. Ik heb nog nooit eerder gebruik hoeven maken van zorgvervoer, dus had geen idee. De mevrouw keek verbaasd, maar legde het toen toch maar uit.
Ze vraagt waar ik werk. Ik vertel het en ze begint over haar negatieve ervaringen te vertellen. Ik luister en reageer niet echt. Ze heeft met een paar dingen echt wel gelijk, maar ook met een aantal niet. Ik heb geen zin in een discussie. En natuurlijk gaat het weer over mijn haar. O, draagt u geen pruik? Nou, dat lijkt me vrij duidelijk. Vond ik het niet erg om mijn haar eraf te halen?

Ik was een half uur te vroeg in het ziekenhuis. Ik installeerde me en kreeg een opvlieger. Meteen werd ik al gehaald voor de bestraling. Tijdens de bestraling krijg ik het na ongeveer de 7de keer mijn adem inhouden een neervlieger. Rillend van de kou lag ik op de tafel. Niet echt heel fijn, maar ja, een dekentje kan natuurlijk niet.

Je kunt niets anders dan stilliggen.

PECH

De bestraling zelf is snel voorbij en ik kleed me aan. Mijn warme vest sla ik dicht om me heen. Terug in de wachtruimte bel ik meteen naar het taxibedrijf. Ik heb pech en moet 20 min. wachten. Helaas werden er dat 35 min. Zuchtend bedenk ik dat ik al bijna thuis had kunnen zijn als ik zelf had gereden. Ik geef mezelf een beetje op mijn kop. Geduld hebben, dit zal vast vaker gebeuren.

De chauffeur vindt het duidelijk heel vervelend dat ik zo lang heb moeten wachten en put zich uit in verontschuldigingen. Ik vergeet al meteen mijn ergernis en besluit te genieten van gereden worden in een stralend zonnetje. De chauffeur vraagt: heb je nooit een pruik op? Nee, ik hou niet van mutsen en werd gek van de pruik na 1,5 uur. Hij kijkt me aan en zegt: misschien is het ongepast, maar ik vind het u heel goed staan. En wat stoer, want het zal vast niet makkelijk zijn altijd. Ik besluit a la seconde dat ik dit een heel aardige man vind.

Je kunt niets anders dan stilliggen.

WAKKER MAKEN

Thuis aangekomen moet ik alles regelen voor de volgende bestralingen. Ik heb nu pas mijn schema gekregen voor de komende dagen. Aanstaande donderdag hoef ik niet, maar dan moet ik laten bloedprikken, naar de apotheek en de dierenarts. Ook zaterdag moet ik om 8.30 uur naar de bestraling. Zouden ze me wakker maken als ik in slaap val? Ik ben ’s ochtends niet op mijn best.

In mijn agenda had ik 17 mei rood omcirkeld, maar helaas, de laatste bestraling is op 18 mei. Dan maar op die datum een rode cirkel.

Je kunt niets anders dan stilliggen.

ONDER MIJN OGEN IS HET BLAUW

Vanmorgen sta ik in de spiegel naar mezelf te kijken. Ik zie de viltstiftstrepen op mijn huid, maar de inkt is niet tegen opvliegers bestand. Er zitten dus ook zwarte vlekken, maar ik mag niet te vaak en maar heel kort douchen. Het rode litteken steekt extra af, maar gek genoeg doet dat me niets. Ik kijk naar mijn gezicht. Nu had ik al wel rimpels, maar deze zijn toch schrikbarend toegenomen. Onder mijn ogen is het blauw. De opvliegers ’s nachts en het slechte slapen beginnen zijn tol te eisen. Terug naar bed is echter geen optie. Ik moet op tijd klaar zijn voor de taxi. Dan maar de kringen proberen weg te werken met make-up.

Deze keer staat er een taxibusje voor de deur. Er wordt nog een meneer opgehaald, hij zit in een rolstoel. Beide mannen zwijgen de hele rit en ik heb ook geen behoefte aan geklets. Zwijgend bereiken we onze bestemming. Ik ben precies op tijd aan de beurt. Weer hele aardige mensen. De mevrouw die me komt halen, zegt dat ik wel mijn vest kan omslaan op weg naar de scan. Ik ben blij, want ook nu heb ik het steenkoud door mijn neervlieger. De strepen van de viltstift zijn bijna niet meer te zien. Ze gebruiken nu geen viltstift om bij te tekenen, maar rode inkt. Gelukkig heb ik Ruud en zoek ik geen verkering. Ik kan bijna model staan voor een dartbord!

Je kunt niets anders dan stilliggen.

KANKER TREFT NIET ALLEEN DE PATIËNT

De bestraling valt weer enorm mee en is na 10 min. voorbij. Snel aankleden en weer duik ik in mijn warme vest. Ik bel weer naar de taxicentrale voor de terugweg en eet voor de 2de dag op rij  mijn boterhammen op in het ziekenhuis op een houten stoel. Wat een gezelligheid! Gelukkig is de taxi er snel. Deze keer tref ik een praatgrage meneer met een vrouw die borstkanker heeft gehad. En weer de vraag: heeft u geen pruik? Nee, die heb ik niet. Ik krijg te horen van zijn vrouw en dat zij zo ijdel was dat ze nooit zonder pruik de deur uit ging. Ik was ook ijdel en dol op mijn haar, maar nog liever leef ik. Dus dan maar zonder haar. Hij blijft vertellen over zijn vrouw. En vervolgens vertelt hij doodleuk dat het voor de naasten van een kankerpatiënt veel erger is dan de patiënt. De naasten zien tenslotte degene lijden waar ze van houden. Ik denk bij mezelf: het is geen wedstrijd. En ik ben het niet met hem eens. Dat je kanker hebt, wil niet zeggen dat je niet meer kunt denken. Ik vond en vind het heel moeilijk om te zien hoe moeilijk mijn naasten het hebben. Vooral de machteloosheid dat ik hen niet kan helpen, vind ik erg. Het is voor allemaal erg, want kanker treft inderdaad niet alleen de patiënt. Ik ben te moe voor een discussie en ik kom er bovendien niet tussen. Ik laat de spraakwaterval over me heen komen en ben weer blij als we thuiskomen. Ik ga meteen op de bank liggen, maar slapen lukt niet goed. Ik ben te moe.

Vanavond ben ik toch gaan douchen. Heel kort, maar het voelt goed. Mijn spieren krijgen echter niet de kans om bij te komen, want dan moet de kraan toch echt uit. Straks zijn ook de inktstrepen niet meer te zien. Mijn huid begint al een beetje te trekken. Maar ja, dat hoort erbij.

Ik ben benieuwd hoe het de komende weken gaat. De bestralingen zijn niet erg, maar de reistijd en elke dag leven op de klok en mijn tegensputterend lijf zijn lastig. Nou ja, nog maar 13 bestralingen te gaan. Om met Barry Stevens te spreken: gewoon doorgaan!

Related Posts

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *